fbpx
Als eten een probleem is eetprobleem

Mijn kind eet niet 

Lussiknie – een ‘woord’ die sommige peuters eerder uit kunnen spreken dan hun eigen naam. Bijna elk kind heeft vroeg of laat wel een keer een fase waarin hij of zij erg kieskeurig is in wat er voor eten en drinken naar binnen gaat. Dit hoort bij de ontwikkeling van je eigen identiteit en je eigen smaak en gaat meestal vanzelf weer over. Al zullen er natuurlijk altijd ingrediënten blijven die je kind gewoon écht niet lust.

Sommige kinderen blijven echter – op z’n zachtst gezegd – erg kieskeurig als het gaat om eten. En als je je net, na een lange (werk)dag, een uur hebt staan uitsloven in de keuken en vol goede moed de uiterst zorgvuldig uitgebalanceerde maaltijd vol vitamines op tafel zet, waarna je kind met een vies gezicht voor de zoveelste avond op een rij zijn bord wegschuift, kan dat je behoorlijk tot wanhoop drijven. Ik krijg regelmatig vragen van ouders die zich oprecht grote zorgen maken over eventuele vitaminetekorten bij hun hardnekkige, slechte eters. In dit artikel zal ik daarom meer uitleg geven over de oorzaken, gevolgen en oplossingen voor vitamineweigeraars.

De ontwikkeling van smaak

De ontwikkeling van smaak begint al in de buik. Vanaf de 16e week in de zwangerschap zijn de smaakpapillen ontwikkeld en proeft een baby de eerste slokjes vruchtwater. Doordat de smaak van het vruchtwater veranderd op basis van wat de moeder eet en drinkt, leert een baby in de buik al veel verschillende smaken kennen en begint met het ontwikkelen van voorkeuren. Wanneer je vervolgens ook borstvoeding geeft, geldt hiervoor hetzelfde; de smaak van de melk verandert door wat je eet en drinkt. Bron

Bij de geboorte heeft een baby duizenden smaakpapillen. Naarmate we ouder worden, neemt dit aantal af en rond de dertig jaar hebben mensen gemiddeld nog zo’n 250 smaakpapillen. Dit verklaart ook waarom baby’s een voorkeur hebben voor milde smaken en waarom volwassenen een voorkeur hebben voor sterkere en pittigere smaken; wij proeven gewoon minder dan een baby.

Na een half jaar beginnen de meeste baby’s geleidelijk met het proeven en ervaren van de eerste hapjes vast voedsel. Ondanks het feit dat baby’s vaak wel een tijdje aan een smaak moeten wennen en iets meerdere keren aangeboden moeten krijgen voordat ze het kunnen waarderen, staan baby’s en dreumessen over het algemeen er wel voor open om nieuwe smaken te proberen. Zodra een dreumes echter richting zijn tweede verjaardag gaat, krijgt hij door dat hij een individu is die eigen keuzes kan maken en begint de beruchte ‘ik ben twee en ik zeg nee’ fase. In deze fase veranderen veel peuters die voorheen maar wat graag hun bordje leeg aten, van de ene op de andere dag in koppige monsters die hun bordje op de grond smijten zodra hij binnen ‘maaibereik’ komt. In de meeste gevallen is dit slechts een fase en groeien kinderen hier overheen, maar er zijn ook kinderen die ook op latere leeftijd veel moeite blijven houden met eten.  Bron: Voedingscentrum 

De oorzaken van eetproblemen

Buiten het smaakpalet om zijn er echter nog andere dingen die invloed hebben op de ontwikkeling van een gevarieerd eetpatroon.
Vooral mensen die gezegend zijn met goede eters, gaan er vaak vanuit dat slecht eten het gevolg is van een softe aanpak.

Als eten een probleem is eetproblemen

“Gewoon even laten weten wie de baas is en dan zullen ze wel hun bord leeg eten!”.

In werkelijkheid zijn er ontzettend veel verschillende oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan moeilijk eetgedrag. Net als bij eigenlijk elk ander probleem in de opvoeding, is het ook hierbij weer heel belangrijk om in te zoomen op je eigen kind en te achterhalen wat de oorzaak is van het probleem voordat je het aan kan pakken. Allereerst is het heel belangrijk om een lichamelijke oorzaak (b.v. een allergie, intolerantie of darmproblemen etc.) uit te sluiten. Wanneer je een lichamelijke oorzaak vermoedt, is het noodzakelijk om dit medisch te laten onderzoeken en hier indien nodig de voeding op af te stemmen. 

Een andere heel belangrijke – en vaak onderschatte – oorzaak die ten grondslag kan liggen aan een beperkt eetrepetoir is de sensoriek. De mond is één van de meest gevoelige delen van het lichaam en er zijn maar weinig dingen waar we dagelijks mee in aanraking komen die zó verschillend van geur, kleur, smaak, textuur en temperatuur kunnen zijn als eten. Wanneer je gevoelig bent voor zelfs maar één van deze sensaties, dan kan plezier ervaren in het eten een hele opgave zijn. Laat staan wanneer een kind erg gevoelig is voor meerdere prikkels die specifieke eetwaren kunnen hebben (bijvoorbeeld geur en textuur). Ook kan de ontwikkelingsfase een grote rol spelen in het ontstaan van eetproblemen Bijvoorbeeld een pijnlijke ervaring tijdens het eten van een harde appel bij doorkomende kiezen, kan maken dat je dreumes zich erg gaat verzetten tegen het eten van harde dingen of zelfs eten in het algemeen. Maar als hij nog niet kan praten, zie jij alleen maar een boze dreumes die eten op de grond gooit zodra het voor hem neer wordt gezet.

Ook kan eten weigeren een symptoom zijn van een kind die niet goed in zijn vel zit. Wanneer een kind niet goed in zijn vel zit en door heeft dat hij naar zijn kamer wordt gestuurd wanneer hij zijn bord niet leeg eet, kan hij bijvoorbeeld expres eten laten staan om met rust te worden gelaten. Of juist andersom; aandacht vragen door eten te weigeren is ook iets wat veel voorkomt bij kinderen die niet goed in hun vel zitten. Daarnaast is de puberteit ook een fase waarin veel kinderen zich meer bewust gaan worden van hun uiterlijk en hier onzeker over kunnen zijn, waardoor ze proberen om bijvoorbeeld af te vallen door weinig of niet te eten.

Kortom; bij het achterhalen van de oorzaak van eetproblemen is het belangrijk om naar het gehele plaatje te kijken; hoe gaat het met mijn kind, zie ik dingen over het hoofd, hoe zit het met zijn/haar ontlasting (dit zegt veel over eventuele intoleranties of lichamelijke oorzaken), is hij of zij gevoelig voor bepaalde sensaties die eten voortbrengt, zit hij of zij in een bepaalde ontwikkelingsfase die er mee te maken kan hebben etc. 

Tenslotte heeft elk kind (elk individu eigenlijk) en elke levensfase andere voedingsbehoeften en is een lichaam over het algemeen heel goed in staat om aan te voelen wanneer het genoeg heeft gehad en waar het behoefte aan heeft. Onderzoek van het RIVM toonde aan dat veruit de meeste kinderen (ook de héle slechte groente- en fruiteters!) uiteindelijk alsnog voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen en er zelden echte tekorten ontstaan. 

Wat kun je eraan doen?

Voor problemen rondom eten geldt dat hoe minder gedoe je erover hoeft te maken, hoe groter de kans dat het zichzelf uiteindelijk wel zal oplossen. Het is in wetenschappelijk onderzoek (1) aangetoond dat hoe meer nadruk er op het probleem en het eten wordt gelegd, hoe moeilijker het voor een kind wordt om een ‘normaal’ voedingspatroon aan te wennenDit wil niet zeggen dat je er niets aan hoeft te doen als je kind slecht eet. Er zijn zeker dingen die je kan doen om goede eetgewoonten te stimuleren, maar het allerbelangrijkst is om te voorkomen dat er te veel nadruk en een negatieve lading op het eten wordt gelegd. Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk als je je irriteert en zorgen maakt of je kind wel voldoende binnenkrijgt. Wat wel kan helpen zijn de volgende dingen:

Zorg voor een gezellige sfeer aan tafel. Neem met alle tafelgenoten de dag door, bespreek leuke dingen, pak eventueel uit met extra leuk eetgerei, zorg ervoor dat het eten er leuk uit ziet

Geef het goede voorbeeld. Mensen zijn van nature geneigd om elkaar te kopieren en te spiegelen dus de kans is groot dat kinderen uiteindelijk ook dit gedrag over zullen nemen. Wanneer je een schaal worteltjes en tomaatjes op tafel zet en je kind ziet dat je hier regelmatig even van snoept, zal hij vanzelf geneigd zijn om dit over te nemen. Maak het helemaal feestelijk door er een dip bij te zetten van yoghurt (eventueel met wat kruiden of knoflook erbij) en je zal zien dat er maar weinig kinderen zijn die hierdoor niet nieuwsgierig worden en in elk geval een hapje willen proberen (zonder dat je hier op aanstuurt!).

Betrek je kinderen bij het eten. Probeer je kinderen enthausiast te maken om mee te helpen boodschappen doen, bedenken wat er nodig is, wat er op tafel komt, maak samen een moestuintje of plant fruitbomen in de tuin. Zorg dat kinderen het gevoel hebben dat ze een belangrijke rol hebben bij het verkrijgen en opdienen van eten. Wanneer je kind al wat ouder is en in de ‘sociale media’ fase zit, kan het ook erg leuk zijn om (samen) vlogjes of kookfilmpjes te maken.

Jong geleerd is oud gedaan. Probeer je kinderen van jongs af aan gezonde gewoontes aan te leren; water drinken ipv vruchtensappen of drinkyoghurt, worteltjes en tomaatjes als snackjes.

Wees creatief met groente verstoppen! De algemene adviezen luiden dat je vooral geen groenten moet verstoppen omdat kinderen dan nooit wennen aan voedsel wat ze niet willen eten, maar mijn eigen ervaring leert dat het ook allebei kan: een berg vitamines ‘verstoppen’ en een deel (waarvan je weet dat het waarschijnlijk toch in de prullenbak beland) gewoon aan te bieden. Op die manier wordt het als ouder een stuk prettiger om de tijd uit te zitten totdat je kind uit deze fase is en raakt je kind in elk geval vertrouwd met groenten in al hun verschijningsvormen (gekookt, gebakken, van de barbecue etc). Wanneer wij bijvoorbeeld rijst of risotto eten, rasp ik er op het laatst vaak nog even een courgette doorheen; proef je niets van, maar levert wel weer wat extra vitamines op. Of wanneer ik een smoothie maak voor de kinderen, doe ik er vaak nog even een wortel, courgette, spinazie of wat boerenkool doorheen en de kinderen smullen ervan maar schuiven tijdens het avondeten hun bordje met spinazie zo ver mogelijk weg! Lang leve een goede blender!
Ook leuke, gekke namen voor eten kunnen maken dat kinderen er meer plezier aan beleven (bijvoorbeeld ‘monstersoep’ voor spinazie a la creme, ‘prinsessenschijven’ voor bietjes, ‘toverbolletjes’ voor doperwten etc.) of verzin er een leuk verhaal of sprookje omheen.

Als je ontdekt hebt dat je kind moeite heeft met bepaalde sensorische prikkels, kan je hem of haar hier spelenderwijs steeds meer gewoon mee laten worden. Maak er een spelletje van om te voelen, proeven, ruiken en bekijken. Laat je kind bijvoorbeeld raden wat hij in zijn mond heeft gekregen zonder dat hij dit op moet eten. Op die manier raakt een kind spelenderwijs gewend aan de prikkel waardoor hij uiteindelijk zonder problemen de etenswaren waar hij voorheen moeite mee had, weer kan eten.

Komt ‘ie weer: je mindset! Het is begrijpelijk dat je je af en toe heel veel zorgen kan maken als je kind maandenlang leeft op knakworsten en hagelslag zonder brood, maar al met al valt het in werkelijkheid vaak mee. Geen kind en geen leeftijd heeft dezelfde voedingsbehoefte en als er geen duidelijke reden voor is om het probleem acuut aan te pakken; laat het dan zo veel mogelijk los! En heb daarnaast ook niet te hoge verwachtingen. Niemand lust álles. Smaken verschillen en smaken kunnen veranderen. Als je kind goed groeit en genoeg energie heeft, is er vaak weinig reden tot zorg.

Onder het motto “iets is beter dan niets“, kan je ook bepaalde afspraken met je kind maken waarin je compromissen doen. Bijvoorbeeld dat je kind bij elke maaltijd 1 ingrediënt uit mag kiezen wat hij niet hoeft te eten (zorg in dat geval voor 2 soorten groente), dat je kind 1 keer per week zelf mag bepalen wat er gegeten wordt, mits het gerecht groente bevat, dat je kind 1 keer per week iets nieuws uit probeert, dat je kind elke dag mag kiezen uit 2 gerechten of soorten groente etc etc.

Wat je ook probeert, het belangrijkste blijft: niet forceren en niet straffen! Dit betekent dus ook niet dat je je kind een toetje onthoudt wanneer hij niet (genoeg) gegeten heeft. Af en toe is er niets mis met wat ordinaire omkoping ter beloning om een positieve ervaring te creëren (bijvoorbeeld, als je 1 minuscuul hapje proeft, mag je daarna een ijsje i.p.v. vla), maar dit kan alleen als je zeker weet dat je kind hiertoe ook echt in staat is, zodat het een POSITIEVE ervaring wordt in plaats van een negatieve waarbij je kind zo verschrikkelijk graag een ijsje zou willen maar het niet lukt om een hap te nemen!

Tot slot nog een stiekeme tip: ik kan de bron niet meer terug vinden, maar ik las een tijdje geleden een onderzoek waarin werd aangetoond dat kinderen eten minder lekker vinden wanneer er over gezegd wordt dat het gezond is. Benoem dus vooral niet dat ze hun eten op moeten eten omdat het gezond is! Wel kan je bijvoorbeeld zeggen dat je door worteltjes superogen krijgt, dat je van spinazie super sterk wordt, dat je door tomaten heel goed wordt in stoeien (en hem/haar daarna uiteraard laten winnen in de stoeipartij), dat je door broccoli heel hard kan rennen etc. Er is slechts een beperkte fase in de ontwikkeling waarbij kinderen nog in ‘magische’ verhalen geloven, dus doe er je voordeel mee om de basis te leggen voor een gevarieerde smaak (dat doen we toch immers ook met Sinterklaas, de tandenfee etc)!

Kom je er na het lezen van bovenstaande artikelen nog niet helemaal uit en zou je graag wat extra ondersteuning willen bij de aanpak van de dingen waar jij tegenaan loopt in de opvoeding? Ik help je graag! Vraag nu een vrijblijvend kennismakingsgesprek aan en dan gaan we samen kijken wat ik voor je kan betekenen!

ja, ik zou graag een vrijblijvend kennismakingsgesprek willen!